U bent hier  - Mythologie - Terug naar hoofdpagina

 

In het oude Griekenland leefde koning Glaucus van Ephyra (het huidige Korinthe) die een schone en dappere zoon had die bekend stond als een uitmuntend ruiter en voor het geluk geboren leek. Zijn leven nam echter een dramatische wending toen hij tijdens de jacht eens per ongeluk een man doodde, een daad die hem de naam Bellerophon opleverde. Hoewel de betekenis van deze naam voor enkele interpretaties vatbaar is, wordt over het algemeen aangenomen dat hij vertaald kan worden als hij die (de dood van) Belleros op zijn geweten heeft.

Gebroken door verdriet verliet Bellerophon Ephyra om uiteindelijk terecht te komen bij Proitos, de koning van Tirynthe, die hem de gastvrijheid van zijn huis bood. Daar trok hij de aandacht van Anteia, Proitos vrouw, die alles in het werk stelde om hem de hare te maken. Toen Bellerophon niet inging op haar avances ontstak Anteia in woede en wendde zich tot haar echtgenoot met het verhaal dat de jongeling haar had willen aanranden. Daar de wetten van de gastvrijheid dicteerden dat Bellerophon geen kwaad mocht geschieden zolang hij zich in het huis van Proitos bevond, zond de koning hem naar Lycië, waar Anteias vader, Iobates, koning was. Proitos gaf hem een verzegelde brief mee, de inhoud waarvan Bellerophon niet kende. En dus, zonder te weten dat in de brief zijn doodsvonnis stond (de oorsprong van de zgn. Bellorophontische brief), vertrok Bellerophon naar Lycië.

Toen hij in de Lycische hoofdstad Xanthos aankwam meldde Bellerophon zich bij het paleis van de koning. Iobates bood hem de gastvrijheid van zijn huis en onthaalde hem op een negen dagen en nachten durend feest. Op de tiende dag echter riep de koning Bellerophon tot zich en vroeg hem de brief te overhandigen. Toen de koning de brief las bleken natuurlijk ook zijn handen gebonden door de wetten van de gastvrijheid. Daar hij echter ook Proitos niet voor het hoofd wilde stoten besloot hij toch te proberen de dood van Bellerophon te bewerkstelligen. Hij gaf de jongeling de opdracht naar de voet van het Olympusgebergte af te reizen om de daar levende Chimera te doden, een onderneming die hem zeker het leven zou kosten. De Chimera was een vreselijk vuurspuwend monster met drie koppen, een leeuwenkop voor, een slangenkop achter en in het midden van zijn lijf een geitenkop. Hij brulde als een leeuw zijn vurige adem verzengde dat er mee in aanraking kwam.

Hoewel Bellerophon niet wanhoopte, zag hij wel in dat zijn kansen tegen het monster waarschijnlijk niet al te groot waren. Hij bracht de nacht door in een tempel van de godin Athena, die hem een gouden paardenhoofdstel schonk. Met behulp hiervan wist hij het gevleugelde paard Pegasus te vangen en zo versterkt trok hij strijde. Toen hij de Chimera over land naderde vluchtte het monster in oostelijke richting tot hij bij de zee kwam en niet verder kon. Bellerophon koos het luchtruim en doodde de Chimera door de keel van het monster af te sluiten met een brok lood dat hij op de punt van zijn lange speer had aangebracht. Zo verwoestend echter was het vuur van de Chimera dat het ook na zijn dood niet gedoofd kon worden. En tot op de dag van vandaag brandt het in de berg die zijn naam draagt (de huidige berg Yanartaş in het dorp Çıralı).

Toen Bellerophon triomferend terugkeerde had Iobates opnieuw een probleem en hij besloot de jongeling ten strijde te sturen tegen de Solymi, een bergvolk waarvan de mannen bekend stonden vanwege hun ongekende oorlogszucht. Ook hier triomfeerde Bellerophon, waarna de koning hem de opdracht gaf de woeste Amazones te verslaan. Toen hij ook deze verslagen had, er daarna in slaagde een aantal andere, even gevaarlijke opdrachten te volbrengen en uiteindelijk ook nog ontsnapte aan een door de mannen van Iobates gelegde hinderlaag, restte de koning niets anders dan aan te nemen dat Bellerophon wel onder de bescherming van de goden moest staan. Hij schonk hem de hand van zijn dochter en maakte hem heerser over de helft van zijn rijk en leek niets meer het geluk van Bellerophon in de weg te staan.

Natuurlijk was het geluk slechts van korte duur. Niet alleen achtte Bellerophon zich thans onoverwinnelijik maar ook leidde zijn succes tot grote ergernis onder zekere Grieksegoden, die Bellerophon tot speelbal maakten van hun intriges. Tot het uiterste getergd trok Bellerophon uiteindelijk ten strijde tegen de goden zelf. Met Pegasus vloog hij naar de top van de Olympus en wekte zo ook nog de toorn van de oppergod Zeus. Deze zond een steekvlieg en toen deze Pegasus stak en deed steigeren stortte Bellerophon ter aarde. Volgens de overlevering overleefde Bellerophon de val ternauwernood en zwierf hij de rest van zijn leven eenzaam rond, volgens sommige schrijvers als manke, volgens andere als blinde